1Vliegtuigen en startkisten dienen aan de rand van het veld ten Westen van de veldtoegang te worden opgesteld.
2Op het vliegveld mogen zich geen onbevoegden bevinden. Alle leden verplichten zich hierop toe te zien. Eventueel bezoek dient zich bij voorkeur op te houden in het toeschouwer-gebied. Een lid mag bezoek meebrengen naar het veld, maar hij is dan hiervoor in eerste instantie direct verantwoordelijk, dwz bij schade wordt met het desbetreffende lid afgerekend. Eventuele verdere afrekening met zijn bezoek, wordt dan geheel de zaak van dit lid.
3Wanneer er gras wordt gemaaid mag er niet gevlogen worden.
4Vliegers dienen zich alleen op te stellen in de pits, een strook evenwijdig aan het Hazenpad. De pits wordt begrensd door de z.g. pilotenlijn, aangegeven door de denkbeeldige lijn tussen 2 rood/wit geblokte palen aan de Oost- en West- kant van het veld.
5Wanneer het veld ten Noorden van de pilotenlijn wordt betreden, door welk oorzaak dan ook, mag niet gestart, geland of laag gevlogen worden.
6Ook wanneer er hoog wordt gevlogen dient het veld ten Noorden van de pilotenlijn, zo min mogelijk betreden te worden.
7Vliegers mogen geen verschillende groepen vormen maar staan zo dicht mogelijk bij elkaar met een minimale onderlinge afstand van 3 meter.
8Het ophalen van modellen dient zoveel mogelijk langs de rand van het veld te geschieden.
9Behoudens in het geval van kennelijke moedwil, bestaan er voor botsingen tussen 2 bewegende modellen, geen wederzijdse aansprakelijkheidclaims.
10Alleen zenders met een PTT-type goedkeuring mogen worden gebruikt.
11Alleen frequenties vrijgegeven voor modelvliegen in NL mogen worden gebruikt.
Vliegen met 40MHz zenders is toegestaan maar wordt niet aanbevolen.
12Het aangeven van de te gebruiken frequentie('s) (kanaalnummer) dmv het frequentieboard is verplicht voor 35 en 40 MHz zenders. Dit is niet verplicht voor 2,4 GHz zenders.
13Wanneer door niet reglementair inschakelen van een zender een model uit de lucht wordt "geblazen", dan is de schuldige volledig aansprakelijk voor de ontstane schade en dient deze met gedupeerde in goed overleg e.e.a. te regelen.
14Het invliegen van nieuwe modellen van beginnende vliegers mag slechts door ervaren vliegers geschieden. Het invliegen, alsook instructievliegen, vindt altijd plaats op risico van de eigenaar van het desbetreffende model.
15Vliegen over het toeschouwergebied is ten strengste verboden. FLY-PASS demonstraties en programmavliegen dienen steeds op veilige afstand van waarnemers en/of publiek gevlogen te worden. De minimale afstand tot publiek wordt aangegeven door de denkbeeldige lijn tussen 2 geel/wit geblokte palen aan de Oost- en West- kant van het veld.
16Elk voornemen tot landing dient door de desbetreffende vlieger kenbaar gemaakt te worden door een voor ieder duidelijk hoorbare uitroep: "LANDING!".
In geval van controleverlies wordt luid "STORING!" geroepen.
17Niet aangedreven modellen, hebben voorrang bij de landing.
18Ter voorkoming van geluidsoverlast moet elke verbrandingsmotor voorzien worden van een goede kwaliteit demper.
19Iedere vlieger dient in het bezit te zijn van een WA verzekering welke dekking geeft voor schade ten gevolge van het besturen van modelvliegtuigen.
20Nieuwe leden dienen een zendfrequentie aan te vragen bij de frequentiebeheerder.
Zonder overleg hierover is het verboden te vliegen. De naam van de frequentiebeheerder wordt elk jaar door het bestuur op de jaarvergadering bekendgemaakt.
21Tijdens lesvliegen van een door de club aangestelde instructeur is het verboden te vliegen met (andere) Heli's.
22Vliegen zonder instructeurbegeleiding is alleen toegestaan door:
22.1Vliegers die in het bezit zijn van een geldig KNVVL brevet voor het besturen van modelvliegtuigen.
22.2Vliegers die in het bezit zijn van een vliegbrevet uitgegeven door de eigen club.
22.3Vliegers die in het bezit zijn van een vliegbrevet van een andere modelclub
22.4Vliegers die in het kader van hun opleiding voor brevetvliegen van hun instructeur solo mogen oefenen, het brevet dient daarna wel binnen 3 maanden te worden gehaald (in overleg met de instructeur).
22.5Vliegtijden: maandag tot en met vrijdag tot zonsondergang.
Zaterdags vanaf 18.00 tot zonsondergang niet vliegen met modellen met brandstofmotoren.
Zondags alleen van 12.00 tot 18.00.
23Parkeren: Voor de piloten op het toeschouwergebied, niet te dicht op de bankjes.
De loopingang vanaf het Hazenpad naar de ingang dient vrijgehouden te worden voor het transporteren van vliegtuigen en startkisten. Indien mogelijk aan een kant parkeren op het Hazenpad in verband met een goede doorgang van het overige (landbouw)verkeer.
24In conflictsituaties dient de aanwezige instructeur geraadpleegd te worden.
25De werkelijke geluidsemissie van modelvliegtuigen mag maximaal 80dB(a) bedragen.
De emissie wordt gemeten volgens de richtlijn overeengekomen met de gemeente Twenterand.
26Begrenzing vlieggebied:
26.1De bosrandlijn gelegen ten noorden van het modelvliegveld evenwijdig doorgetrokken in westelijke respectievelijk oostelijke richting mag door modelvliegtuigen niet overschreden worden.
26.2Voor de Westelijke, Oostelijke en Zuidelijke richtingen gelden behoudens de in 26.1 genoemde grens geen beperkingen.
26.3Zwevers mogen in 26.1 genoemde grens overschrijden mits boven bebouwing minstens een hoogte van 100 meter in acht genomen wordt. Voor zwevers aangedreven door een elektrisch cq verbrandingsmotor mag grensoverschrijding alleen plaatsvinden met uitgeschakelde motor.